“Voor het eerst trof ik het aan op een zoldertje in Rotterdam, ik weet het nog goed,” vertelt Liesbeth, “Ik was nog maar pas in dienst bij Obelisk Boedelbeheer. Onder het schuine dak stonden zeker tien grote oude blikken van Van Nelle, allemaal tot de rand gevuld met suikerklontjes. Eén zo’n blik woog een paar kilo en ik snapte er niks van.”
Hamsteren: grote hoeveelheden en veilig opgeborgen
Dat begrip kwam echter snel toen er ook nog een enorme voorraad koffie tevoorschijn kwam. Hamsteren! Deze mensen hadden schaarste gekend, ze waren opgegroeid in de Tweede Wereldoorlog en ze voelden zich pas gerust als er voorraden waren. Suiker, koffie, blikken met bonen en ingemaakte stoofperen, alles in grote hoeveelheden en veilig opgeborgen. Dat het over de houdbaarheidsdatum raakte, dat de suiker in de loop der jaren was vastgeklonken in de blikken, dat was kennelijk niet zo’n probleem.
Obelisk wikkelt inboedels van mensen uit jaren ’30 af
“Dat is de generatie wiens huizen nu aan de beurt zijn,” zegt Liesbeth, “De meeste inboedels die Obelisk Boedelbeheer nu afwikkelt, zijn van mensen die zijn geboren in de jaren ’30 van de vorige eeuw.” Het was een zuinige generatie en dat merk je aan hun huizen. Ze zijn geboren in een tijd die weinig financiële zekerheid bood.
De beurskrach in 1929 had een wereldwijde economische crisis tot gevolg. Uiteraard bleef dit ook in ons land niet zonder gevolgen en werkloosheid en armoede waren alom tegenwoordig. En net toen het ergste leed geleden leek te zijn, brak er oorlog uit. De jonge gezinnen hadden gebrek, er was schaarste aan simpele levensbehoeften.
Inboedel verraadt zuinige bewoner
“Zoiets laat je je verdere leven niet meer los,” zegt Oscar Balkende, “Het is aan alles merkbaar dat de kinderen van toen geleerd hebben om zuinig te zijn, en tevreden met weinig. Aan hun inboedels kun je dat goed zien. Soms ben je in een woning van iemand die zijn leven lang flink gespaard heeft en een riant banksaldo achterlaat. En daar staat nog een oude, twintig jaar geleden opnieuw beklede fauteuil voor de televisie. Doorgezakt, inmiddels wéér verschoten… ‘Waarom heb je dan niet een lekkere comfortabele relaxfauteuil voor jezelf gekocht?’ denk ik weleens. Maar dat zit er bij deze generatie niet in. Overbodige luxe.”
Familiestukken gekoesterd
Oscar en Liesbeth hebben het er met enige regelmaat over: eigenlijk zijn zij degenen die deze generatie voor de laatste keer te zien krijgen. Zij doen hen uitgeleide. Over vijf tot tien jaar is het verdwenen: de Hollandse zuinigheid, de gestopte sokken, de zeepkloppers voor restjes handzeep, naaidozen met alle knoopjes van alle kledingstukken die ooit in huis aanwezig waren.
Het is niet stuk dus het hoeft niet weg, je weet nooit wanneer je het nodig hebt, je kunt het vast nog ergens anders voor gebruiken… Deze generatie is opgevoed in het besef dat met goede zorg de huisraad een leven lang meegaat. Een familiestuk werd gekoesterd, het kwam nog uit het ouderlijk huis van moeders moeder.
Inboedels van laatste echt ouderwetse generatie
“We zorgen ervoor,” zegt Liesbeth, “We beseffen dat wij de inboedels afwikkelen van de laatste echt ouderwetse generatie.” Oscar beaamt dit. “Hierna brak een nieuwe tijd aan,” zegt hij. “De komst van huishoudelijke apparaten, efficiënte huishoudens, plastic spullen. En daarna de enorme culturele en maatschappelijke revolutie in de roerige jaren ’60. We zien dat allemaal terug in de huizen die we betreden.”
Alle égards van Obelisk Boedelbeheer
De huizen met een kolenkit als paraplubak, een mahonie servieskast en een Friese staartklok; een dressoir vol theekopjes en bonbonschaaltjes; een keuken waar het zand-zeep-en sodarekje kleurt bij de email broodtrommel en aardappelemmer. Van Obelisk krijgen ze alle égards.






